Ben jij helemaal gek van volleybal en wil je met je klasgenoten meedoen aan een leuk toernooi? Dat kan op woensdag 26 februari bij volleybalvereniging Avior in sporthal Schalkhaar.

Tijd & locatie

Woensdag 26 februari 2020
14.30 - 17.30 uur
Sporthal Schalkhaar | Garderegimentsweg 23, Schalkhaar

Categorieën

Je kunt aan het schoolvolleybaltoernooi meedoen als je in de volgende categorieën zit:

  • Groep 3 & 4 gemengd (6 - 8 jaar)
  • Groep 5 & 6 gemengd (8 - 10 jaar)
  • Groep 7 & 8 gemengd (10 - 12 jaar)

Let op! Een team aanvullen met jongere spelers is toegestaan, andersom niet!

Spelregels 

Hieronder vind je de spelregels per leeftijdscategorie. Een team bestaat uit minimaal 4 spelers. Let op dat het verplicht is om per team een volwassen begeleider mee te nemen. Dit kan een ouder zijn of een docent van school. De halve finales en finales worden op woensdag 26 februari gespeeld. De winnaars van dit toernooi mogen meedoen aan de regionale finales van de Nevobo regio Oost!!

  • Niveau 1, gooien vangen en bewegen.

    Veldafmeting
    Naast het gebruik van de veldafmeting van 6 x 4,5 meter is het ook toegestaan om de buitenste zijlijnen van een badmintonveld te gebruiken en een achterlijn te trekken op 4,5 meter gemeten vanaf de middenlijn.

    Doel
    De spelers proberen de bal over het net bij de tegenstander in het veld op de grond te krijgen.
    Beginbal De bal mag vanaf elke plaats in het veld over het net worden gegooid, waarbij de bal het net mag raken. De spelleider hoeft geen fluitsignaal te geven bij de beginbal. De beginbal dient zo snel mogelijk gespeeld te worden om de vaart in het spel te houden.

    Spelregels
    1. Wanneer een speler de bal over het net gooit, draait de hele ploeg waartoe de speler behoort, met de klok mee, een plaats door. Doordraaien is verplicht.
    2. De spelers mogen niet lopen met de bal.
    3. Wanneer de afstand tot het net als te groot wordt ervaren, mag de bal naar een teamgenoot overgegooid worden die dichterbij het net staat en daarna moet de bal over het net gegooid worden.
    4. De bal mag het net raken.
    5. De bal mag via een teamgenoot gevangen worden.
    6. Wanneer een speler de bal laat vallen, de bal uit gooit, de bal in het net gooit of de bal aanraakt voordat deze uit is, moet deze speler het veld verlaten en naast het veld bij het net plaatsnemen.
    7. Wordt de bal door de tegenstander binnen het veld op de grond gegooid, dan verlaat de speler die het dichtst bij de bal stond het veld.
    8. Als er nog maar twee spelers in het veld staan, wisselen de spelers telkens van plaats nadat de ploeg de bal over het net heeft gegooid.
    9. Als het veld van de tegenstander ‘leeg’ is, krijgt het team één punt.
    10. Een speler mag in het veld terugkeren bij één (1) vangbal van een ploeggenoot. Het terugkeren moet direct na de vangbal plaatsvinden.
    11. De speler die het langst buiten het veld staat, staat het dichtst bij het net en mag als eerste in het veld terugkeren.
    12. Lijn- en netfouten worden op dit niveau niet afgefloten.Wanneer ligt het spel stil?
    Het spel ligt stil wanneer de bal niet gevangen wordt, d.w.z.:
     de bal is uit gegooid.
     een speler heeft de bal laten vallen.
     de bal is in het net gegooid.
     de bal is in het veld van de tegenstander op de grond gegooid.

    Wat gebeurt er als het spel stil ligt?
    Het spel wordt direct hervat met een worp door degene die op dat moment de bal heeft, ergens vanuit het veld. De essentie hiervan is dat het spel zo snel mogelijk weer hervat wordt: het aantal balcontacten neemt op deze manier toe.

    Telling
    Wanneer het veld van de tegenstander leeg is, krijgt het winnende team één punt en begint het spel opnieuw, waarbij beide teams weer starten met alle spelers in het veld.

    Snelheid
    Laat de spelers na het vangen meteen gooien om veel snelheid in het spel en dus in het bewegen te krijgen.

    Motivatie
    Op niveau 1 gaat het er vooral om de balvaardigheid en beweging te stimuleren. Om met volleybaltechnieken te beginnen is het een voorwaarde eerst balvaardig te worden. Onder balvaardigheid verstaan we balbaanherkenning, oriëntatie in de ruimte en balgevoel.

  • Niveau 3, Onderarms spelen.

    Veldafmeting
    Naast het gebruik van de veldafmeting van 6 x 4,5 meter is het ook toegestaan om de buitenste zijlijnen van een badmintonveld te gebruiken en een achterlijn te trekken op 4,5 meter gemeten vanaf de middenlijn.

    Doel
    De spelers proberen de bal over het net bij de tegenstander in het veld op de grond te gooien. Dit gebeurt altijd door middel van volleybal specifieke manieren van gooien en vangen.

    Beginbal
    De bal wordt vanaf elke plaats in het veld met een onderhandse opslag over het net geslagen, waarbij de bal het net mag raken. Tijdens het spel gebeurt dit van de plek waar de fout gemaakt is.

    De spelleider hoeft geen fluitsignaal te geven bij de beginbal. De beginbal dient zo snel mogelijk gespeeld te worden om de vaart in het spel te houden. Als voorspeler (bij drie of vier spelers in het veld) mag je de bal eerst naar een achterspeler gooien, die vervolgens begint met de opslag.

    Spelregels
    1. Wanneer een speler de bal met een onderhandse opslag over het net speelt, of de bal in de rally over het net gooit, dan draait de hele ploeg waartoe de speler behoort, met de klok mee, een plaats door. Doordraaien is verplicht.
    2. De spelers mogen niet lopen met de bal.
    3. De bal mag het net raken.
    4. De bal mag via een teamgenoot gevangen worden.
    5. Elke bal die over het net gegooid of opgeslagen wordt, moet door de tegenstander met twee armen via de onderarmse techniek aan de eigen kant omhoog gespeeld worden. Een teamgenoot vangt de onderarms opgespeelde bal (tenzij de speler alleen in het veld staat, dan vangt hij zijn eigen bal) en gooit de bal over het net naar de tegenstander.

    a. De onderarms gespeelde bal mag niet in één keer over het net gespeeld worden. Is dit het geval dan dient de betreffende speler het veld te verlaten.
    b. De onderarms gespeelde bal moet met twee armen gespeeld worden. Is dit niet het geval dan dient de betreffende speler het veld te verlaten.
    c. Wanneer een speler alleen in het veld staat, moet hij de bal voor zichzelf omhoog spelen en vangen. Het onderarms opspelen is geldig wanneer er minimaal een (volley)baldikte tussen het
    laagste punt van de bal en de armen van de speler zit. Is dit niet het geval dan moet de speler het veld verlaten.
    • d. Wanneer een speler de bal onjuist onderarms speelt (niet met twee armen en/of buiten bereik van teamgenoten) dan moet hij het veld verlaten.
    • e. Wanneer een teamgenoot de onderarms opgespeelde bal niet vangt, terwijl dit prima mogelijk is dan moet deze speler het veld verlaten.
    • f. Een team is verplicht om twee keer te spelen (onderarms spelen en over het net gooien).

    6. Eén (1) speler mag terugkeren wanneer de bal wordt gevangen nadat deze door een teamgenoot onderarms omhoog is gespeeld of wanneer de laatst overgebleven speler de bal voor zichzelf onderarms opspeelt en vangt. Het terugkeren moet direct na de vangbal plaatsvinden.

    7. Het over het net gooien van de bal gebeurt verplicht door middel van volleybaleigen manieren van gooien en vangen. Fouten die moeten worden afgefloten zijn:
    a. Een bal vanuit de nek gooien.
    b. Een bal van onder de kin wegstoten.
    c. Het uitvoeren van een slingerworp.
    8. De bal moet over het net worden gegooid vanaf de plaats waar de bal gevangen is. Dit geldt voor zowel binnen als buiten de lijnen van het veld.
    9. Wanneer een speler de bal laat vallen, de bal uit gooit, uit serveert, de bal in het net gooit, de bal aanraakt voordat deze uit is of de bal onjuist onderarms speelt, moet deze speler het veld verlaten en in volgorde van verlaten naast het veld bij het net plaatsnemen.
    10. Wordt de bal door de tegenstander op de grond gegooid, dan verlaat de speler die het dichtst bij de bal stond het veld.
    11. Als er nog maar twee spelers in het veld staan, wisselen de spelers telkens van plaats nadat de ploeg de bal over het net heeft gegooid.
    12. Als het veld van de tegenstander ‘leeg’ is, krijgt het team één punt.
    13. De speler die het langst buiten het veld staat, staat het dichtst bij het net en mag als eerste in het veld terugkeren.
    14. Het in sprong over het net naar beneden gooien van de bal (‘dunken’) is niet toegestaan. Stimuleer het gebruik van de volleybal specifieke worpen: het gooien met gestrekte armen, het stoten, de swingworp en de strekworp.
    15. Lijn- en netfouten worden op dit niveau niet afgefloten.
    Wanneer ligt het spel stil? Het spel ligt stil wanneer de bal niet gevangen wordt, d.w.z.
     de bal is uit gegooid.
     een speler heeft de bal laten vallen.
     de bal is in het net gegooid.
     de bal is in het veld van de tegenstander op de grond gegooid.
     een onderarms gespeelde bal wordt door de eigen partij niet gevangen of onjuist opgespeeld.
     een onderarms gespeelde bal niet met twee armen is gespeeld.
     de bal is in het net geserveerd.
     de bal is onderhands uitgeserveerd.
     wanneer er in plaats van serveren wordt gegooid of andersom.

    Wat gebeurt er als het spel stil ligt?
    Het spel wordt direct hervat met een onderhandse opslag vanuit het veld zo dicht mogelijk bij de plaats waar het spel eindigde.

    Telling
    Wanneer het veld van de tegenstander leeg is, krijgt het winnende team één punt en begint het spel opnieuw, waarbij beide teams weer starten met alle spelers in het veld.

    Snelheid
    Om de tijd tussen de rally’s zo kort mogelijk te houden, wordt er opgeslagen op de plaats waar een fout gemaakt werd.

  • Niveau 4, Tweede bal verplicht vanuit een vloeiende vanggooi beweging spelen

    Veldafmeting
    Naast het gebruik van de veldafmeting van 6 x 4,5 meter is het ook toegestaan om de buitenste zijlijnen van een badmintonveld te gebruiken en een achterlijn te trekken op 4,5 meter gemeten vanaf de middenlijn.

    Doel
    De spelers proberen de bal over het net bij de tegenstander in het veld op de grond te spelen. Het drie keer samenspelen is verplicht en de beginselen van de set-up worden aangeleerd.

    Beginbal
    Na het fluitsignaal van de scheidsrechter/spelleider moeten de spelers de bal verplicht onderhands van achter de (gehele) achterlijn over het net serveren, waarbij de bal het net mag raken. De speler die op de “mid-achter positie” (ruitopstelling en ankeropstelling) / “rechtsachter positie” (vierkantopstelling) komt, moet serveren.

    Spelregels
    1. Het team is verplicht de bal in drie keer te spelen.
    2. Het eerste en het derde balcontact mogen met zowel de onderarmse als de bovenhandse volleybaltechniek gespeeld worden (niet vangen).
    3. Het tweede balcontact vindt altijd plaats met een verplichte vloeiende en niet-onderbroken vanggooi- of vangstootbeweging. Deze kan op vier manieren uitgevoerd worden: a. met gestrekte armen onderarms vangen en voorwaarts gooien
    b. met gestrekte armen onderarms vangen en achterwaarts over het hoofd gooien
    c. met gestrekte armen onderarms vangen en vanuit een hoek gooien.
    d. met gestrekte armen boven het hoofd vangen, inveren en uitstoten. Voorwaarts en achterwaarts.
    4. Tijdens de vanggooi- of vangstootbeweging laat de speler zijn/haar voeten staan nadat hij/zij de bal gevangen heeft. Vanuit deze houding mag de bal in alle richtingen gegooid worden. De speler zich niet dus niet omdraaien.
    5. Tijdens de vanggooi- of vangstootbeweging mag de speler niet lopen met de bal.
    6. Tijdens de vanggooi- of vangstootbeweging mag de speler de bal maximaal twee seconden vasthouden (één seconde om te vangen en één seconde om te gooien). De bal wordt tussen de handen geklemd, in één beweging naar beneden geduwd en weer weggegooid, of via een bovenhandse vang-stoot beweging weer weggegooid. Dit om meer snelheid in het spel te houden en om de beweging vloeiend te houden.
    7. De tweede bal mag niet over het net gegooid worden.
    8. De opslag wordt verplicht onderhands uitgevoerd.
    9. Na drie opslagbeurten achter elkaar door dezelfde speler, moet de ploeg aan opslag een plaats doordraaien en slaat de volgende speler op.
    10. Indien een team uit meer dan vier spelers bestaat, moet er verplicht ingedraaid worden.
    11. Het indraaien door een wisselspeler geschiedt altijd op de opslagplaats.
    12. Er wordt niet meer doorgedraaid door het team dat de bal over het net speelde.
    13. Smash uit stand, pushbal of smash in sprong is toegestaan.
    14. Lijn en netfouten worden afgefloten conform de op dat moment geldende spelregels.
    15. Blokkeren is niet toegestaan.

    Telling
    Rallypoint: elke fout levert een punt op voor de tegenstander.

Inschrijven

Klik hier om je in te schrijven voor het schoolvolleybaltoernooi 2020! Inschrijven kan tot en met maandag 24 februari 2020.

Contact

Volleybalvereniging Avior
Mieke Tip
m.tip@sportbedrijfdeventer.nl